Enige achtergrondinfomatie bij de Bos en Veen tocht
VEEN=GORREDIJK
Gorredijk (Fries: De Gordyk) is het grootste dorp in de gemeente Opsterland, in de Nederlandse provincie Friesland. Het dorp telde op 1 januari 2007 7050 inwoners.[2] Door het centrum van Gorredijk loopt de Opsterlandse Compagnonsvaart. Gorredijk is een relatief oud dorp, dat door turfwinning is ontstaan. Naar verwachting telt Gorredijk in 2009 bijna 8000 inwoners. Dit aantal zal hoger worden door de uitbreiding 'Loevestein'. Gorredijk is een zogenaamde "Vlecke". Gorredijk was in het verleden met name de plaats waar spullen werden ingevoerd, opgeslagen en verhandeld. Een bijnaam van de Gordyksters is dan ook "handjeklappers". Tot 20 jaar terug stond de Gordykster Merke (jaarmarkt) nog bekend om z'n veehandel, maar dat is nu verleden tijd. In Gorredijk werd veel Turf doorgevoerd, met name uit de streek achter Tijnje. Er was in de regio bittere armoede. In het boek van Geert Mak, "Lopen met Van Lennep", wordt Gorredijk genoemd als no go area, een rovershol. Zij (Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp) kwamen niet verder dan Heerenveen op hun tocht.
Gorredijk kent een rijk Joods verleden. Zo was er een synagoge en een Joodse school. Slechts een handjevol mensen overleefde de Tweede Wereldoorlog. In een weiland richting Jubbega/manege Dekema vindt men in een weiland een historische Joodse begraafplaats. In de oorlog was het relatief rustig in Gorredijk, hoewel er een behoorlijk aantal mensen in het verzet zat op één of andere wijze. Aan de vooravond van de bevrijding is er nog een schietpartij geweest rondom de brug in de hoofdstraat, nu genoemd naar de gesneuvelde Gerke Numan. In de omgeving van Gorredijk waren net als elders in Friesland veel onderduikadressen. Tijdens de bezetting werden in de omgeving ook een aantal geallieerde vliegtuigen neergeschoten, waarvan een Amerikaanse bemanning van zes personen tegenwoordig begraven ligt op het kerkhof van Gorredijk.
Vroeger zag Gorredijk er anders uit. Uitgestrekte hoogveengebieden bedekten Zuidoost-Friesland. Dit veen werd later afgegraven en deze "industrie" trok heel wat mensen naar deze toen schaars bevolkte streken. De oorspronkelijke bewoners waren boeren, die leefden van de landbouw. Zij verbouwden: boekweit, haver, rogge, erwten, bonen, vlas en kruiden. Verder hielden ze schapen en bijen. Koeien werden nog maar weinig gehouden. De Kortezwaagster boeren zullen misschien hun hooi voor een deel hebben gehaald uit de lage landen tussen Tijnje en Terwispel. Ze zullen ook wel stukjes heide hebben ontgonnen in en bij de Gorrevenen, die in de richting van het huidige Jubbega gelegen waren. Deze Gorrevenen werden in de zeventiende eeuw door de Heren Compagnons afgegraven. Vooral Jonker Dekema had hier veel bezittingen. Jonkersland had ook Dekema's land kunnen heten. Voor het vervoer van turf was een kanaal nodig. In 1622 was dit er nog niet, maar in 1630 wordt het genoemd. Het doorgraven van de Hegedyk omstreeks 1631 wordt beschouwd als “beginpunt” van de veenkolonie Gordyk. Er kwam dus een kanaal naar de Gorrevenen. Er was een huis bij de "Hooge wech" , dat spoedig gevolgd werd door meerdere. Over het gat in de dijk kwam een hooghout, waar de turfscheepjes met gestreken mast onderdoor kunnen varen. In 1633 is sprake van: "Seeckere huijs, seuen roede lang en twee voet breet, staende te corteswagen bij de hoogewech en de Heerensloot". Gorredijk mag vanaf 1694 elke woensdag een weekmarkt houden. De bekende woensdagmiddagmarkt is een overblijfsel van de vroegere weekmarkt. Vanaf die tijd stamt ook de voorjaars- en najaars-veemarkt, waarbij respectievelijk de koeien van stal of op stal moesten. De boeren brachten toen hun boter naar de Boterwaag, nu kantoor, en hun granen naar de Korenbeurs. Deze laatste is lang een herberg geweest, maar thans opgenomen door Van Campen en Dijkstra aan de Brouwerswal hoek Hoofdstraat. Met de groei van de plaats hield de industrie gelijke tred. Er zijn hier drie scheepswerven, een touwslagerij en twee kalkovens geweest. Kortezwaag is door de eeuwen heen een agrarisch dorp gebleven
BOS=BEETSTERZWAAG
Beetsterzwaag kenmerkt zich vooral door zijn fraaie bossen. Een van de bekendste gebouwen dat Beetsterzwaag rijk is, is Lyndensteyn. Dit uit 1821 stammende zomerverblijf van de familie Van Lynden is later door de familie ondergebracht in de Corneliastichting. Deze stichting, genoemd naar de jong overleden Cornelia van Lynden, moest een gratis ziekenhuis voor Friese kinderen in stand houden. Nu dient het oude herenhuis als revalidatiecentrum. Andere historische gebouwen in de hoofdstraat zijn: Bordena (1858), Lycklamahûs (1824), Fockensstate (1879), Kantongerecht (1811) en Harinxmastate. Een paar honderd meter uit de bebouwde kom ligt, tegen de bos aan, het landgoed Lauswolt dat nu dient als hotel, waar in januari 2007 de 'geheime' besprekingen plaats vonden voor de kabinetsformatie. In Lauswolt is het fameuze restaurant 'De Heeren Van Harinxma' gevestigd. Beetsterzwaag was vroeger al een aanzienlijk dorp. Niet omdat het zoveel inwoners had, maar door de adel die het aanzien van het dorp bepaalde. Ook nu nog heeft het dorp dit karakter, gelegen te midden van uitgestrekte bossen en heidevelden en met een ”Hoofdstraat” die zich kenmerkt door vele historische panden en prachtig aangelegde tuinen. De Hoofdstraat is als “buorren” minstens drie en een halve eeuw oud en de historische panden zijn stille getuigen van de rijke adel in de 18e en 19e eeuw.
.
EventList powered by schlu.net